Dagboek

 

home

D I T  B E N  I K.  (een stukje uit mijn dagboek)

===================================

Tekst: Luc Ziegler. 07/11/96 en later

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hallo, mijn naam is Luc. Niet Ronald, Nero, Leo of een andere heldennaam. Neen, doodgewoon Luc. Die naam heb ik gekregen toen ik geboren werd..., of misschien een paar maanden daarvoor. Ik kon evengoed Lucia geheten hebben, maar de anatomische structuur van mijn lichaam paste niet bij die naam.

De zever begon al van bij mijn geboorte. Ik mocht dus mijn eigen naam niet kiezen, zelfs mijn geslacht stond reeds vast. Dat interesseerde mij op dat moment wel niet, maar in een democratisch land zou je wel wat meer inspraak mogen hebben.

Zoals gezegd maakten mijn ouders een etiketje met daarop de naam LUC, 22 September 1955 en plakten dat op mijn lijf. Ze plakten dat zowat overal op. Op de deur van de ziekenkamer, op mijn bed en ook op mijn kleren. Ik droeg gewoonlijk een lang wit katoenen hemdje met daarop, ter hoogte van mijn borst: "LUC". Achter die naam, daar juist achter, was in blauw garen een hartje geborduurd. Weet je waarom? Wel oorspronkelijk stond er "LUCIA" op. De dokter had een verkeerde prognose gemaakt.

Na de bevalling (met de nadruk op de tweede lettergreep) bemerkte ik direct mijn moeder, die eveneens aanwezig was. Na enkele dagen leerde ik meerdere personen kennen. Er was vooreerst mijn meter die het noodzakelijk vond om suikerbonen in mijn luier te stoppen. Niet dat dit een belangrijke historische waarde heeft, maar ze deed dit net voor ik mijn dagelijkse ontlastende behoefte had. Mijn vader, peter en nonkels beperkten zich tot het verwelkomen van de bezoekers. In deze hobby muntten zij zodanig uit doordat zij sterke drank overgoten in colaflessen om op die manier de eventuele echtgenotes te verschalken. Het enige "nat" dat ik mocht proeven, was de borst, hetgeen ik nu nog altijd niet afgeleerd heb.

Tijdens mijn eerste levensjaren werd ik vertroeteld door iedereen. Ik groeide op zoals elk ander levend wezen. Dat wil zeggen met vallen en opstaan. Veel vallen was er in feite niet bij want ik werd vastgebonden in een staketsel van aluminiumbuizen en veiligheidsgordels. Een helm en knielappen ontbraken nog om mij te laten doorgaan voor een ruimtevaarder in spe.

Toen ik ongeveer drie jaar oud was, kon ik al een handjevol Vlaams praten, zelf naar het toilet gaan en mijn broek aandoen. Alhoewel, ze hadden het mij gemakkelijk gemaakt. Brede pijpen, alles recht op recht en geen knopen of een ritssluiting. Heel mijn garderobe was uit wol gemaakt. Dat rekt goed uit en kon dus langer gedragen worden.

 

 

Rond die tijd mocht ik ook naar de kleuterklas. Ik wilde direct de Grieks-Latijnse volgen, maar als je drie jaar oud bent, mag je dat zelf niet beslissen. Dus dan maar de kleuterklas. In mijn tijd waren alleen de kleuterklassen tweeslachtig dus gemengd. En ik mij maar proberen te laten buizen. Ze hadden mij rap door.

In ons eerste klasje kregen wij een slanke jonge vrouw toegewezen. Toen moeder mij na de eerste dag vroeg wat ik er van vond, wist ik alleen maar te vertellen dat de juffrouw witte sokjes droeg. Want hoger dan haar knieën reikte ik niet. Als ik toen twintig moest geweest zijn, dan zou ik waarschijnlijk gezegd hebben dat ze een gestreept satijnen bloesje aanhad met daaronder een "cross your hart" BH. Maar als je maar drie jaar oud bent, heb je voor die zaken nog geen oog, laat staan twee.

Enkele jaren later mocht ik naar de grotere lage school. Dit bracht een ware verandering in mijn leven. Geen nonnen of juffrouwen meer, maar echte "meesters". Ze vertelden mij dat ik nu een grote jongen was en dat ze mij het lezen en schrijven zouden bijbrengen. Ken jij nog die lessen schoonschrift? De meester schreef met een schoon handschrift in potlood : De mug zit op de neus van Mien. Wij moesten dan met blauwe inkt uit een potje in de lessenaar erover schrijven. Zie je ons al zitten met de tong half uit de mond en de grote pennestok krampachtig tussen onze te kleine vingertjes geklemd? Af en toe hoopvol loerend naar de neus van Mien en argwanend turen naar de mug die er nog net zat.

 

Tijdens het vierde studiejaar kwam ik voor het eerst in contact met de muziek. In onze school bestond namelijk een drumband. We hadden zo'n tien kleine slagtrommels, een vijftal grotere en dan een heel grote. Voorop liep de Tamboer-majoor. Ik geloof dat het Meneer Fransen was die zijn uiterste best deed om de tromroffels gelijktijdig te laten klinken. Nu begrijp ik waarom die man grijze haren had. We droegen een korte broek, een wit hemd en een zwart vestje zonder mouwen. Als je dan de Driekoningenstoet meedoet in de maand Januari, bibber je zowat uit je vel. Mijn heldere verstand in die tijd vertelde mij dat ik maar beter Tamboer-majoor moest worden. Die droeg een lange broek en een dikke vest. Ik geloof dat er nog steeds een grote foto van mij in het kantoor van de directeur hangt.

Rond 1967 ging ik dan naar de lagere middelbare school. Het Pius X-college. Daar werd me bijgebracht dat de Nerviërs verre familieleden van ons waren. Je had ook nog de Eburonen, de Aduatiekers en nog een paar anderen. Nu heb je nog maar drie volksstammen: De Vlamingen, de Walen en de Brusselaren. De rekenlessen werden alsmaar ingewikkelder en gecompliceerder. Het eerste jaar oude wiskunde en het tweede jaar moderne wiskunde. Ik denk dat ze van plan waren om het derde jaar de toekomstige wiskunde te geven en in de hogere afdelingen de futuristische.

Het eerste jaar economie heb ik daar ook nog gevolgd. De balansbewerkingen en het handelsrekenen hadden geen geheimen voor mij. Maar ik voelde al vlug dat deze richting mijn keuze niet was. Via de raadgevingen van mijn vader liet ik mij bekeren tot het Belgische leger om dit te versterken of te verzwakken.

Het leger, bakermat van discipline, tucht en gehoorzaamheid. Daar bemerkte ik ook voor het eerst mijn mannelijke karaktertrekken. Dat was in het gezegende jaar 1972.

Je moet weten dat mijn ouders mij een meer dan degelijke opvoedende bagage hadden meegegeven maar mijn contacten met de vrouwelijke kant van onze samenleving waren eerder spaarzaam.

Door een triestig ongeval maakte ik ook kennis met het hospitaal. Mijn rechterwijsvinger bleef namelijk haperen achter een dichtslaande deur. En die was blijkbaar van een sterkere materie gemaakt dan mijn vinger. Mijne vinger een stuk korter maar de deur was nog heel. Twee uur later arriveerde ik in het hospitaal.(onze Belgische troep is niet van de snelsten !) Ik kan er nog bijvertellen dat mijn tenen alle kleuren van de regenboog hadden. Mijn 1.90 meter geraakte niet volledig in de ambulance en toen men de achterklep dichtsloeg... Jawel goed geraden.

Weet je, in het leger hebben ze mijn karakter gevormd. Ik heb daar kameraadschap gevonden, mijn hobby's kunnen uitbreiden en nu na al die jaren ben ik blij dat ik die opleiding heb gekregen. Drie jaar lang 's morgens om zes uur uit bed en 's avonds om tien uur onder de wol, kampen in Leopoldsburg en dan die dril! Het laatste jaar was een specialisatiejaar. Dat betekende 6 maanden school en 6 maanden stage in Brustem, de vliegbasis van de Rode Duivels. Het stuntteam van de Belgische Luchtmacht vloog op Fouga Magister, een vliegtuig met de staart in V-vorm en twee reactiemotoren. Die piloten hadden zuivere zuurstof aan boord. Dat diende om op grote hoogten te vliegen en ook bij "black-outs". Dat krijgt men door in duikvlucht naar beneden te vallen en dan plots op te trekken. Het bloed trekt dan weg uit je hoofd en je dreigt het bewustzijn te verliezen. Op zulke momenten helpt zuivere zuurstof je daar overheen. De piloten gebruikten dat ook na een nachtje doorfeesten in de bar.

Ik was toen gekazerneerd in Saffraenberg en Brustem. Dicht bij Sint-Truiden en ver van huis. Daarom besloot ik tot een volgende belangrijke stap in mijn loopbaan:

De Rijkswacht.

Ik schreef mij in voor het ingangsexamen bij de Rijkswacht. Dat ging door in het Klein Kasteeltje te Brussel. 's Avonds na de proeven moesten wij onze kazerne terug vervoegen, behalve zij die nog een examen tweede taal aflegden. Het leek me beter daar ook aan mee te doen. Zo kon ik vrijdags na de proef ineens doorrijden naar huis. Er waren maar 3 kandidaten voor het Frans en 1 Waal voor het Nederlands. Ik sprak behoorlijk Frans, de tweede was getrouwd met een Franssprekend meisje en de derde woonde in Luxemburg. We behaalden respectievelijk 15%, 30% en 40%. De Waal had 60% behaald in het Nederlands en sprak onze taal zoals Happart...

In September 1975 werd ik ingelijfd in de Rijkswachtschool van de 2de Mobiele Groep te Wilrijk. Op 500 meters van mijn ouderlijke woning. Had ik dat weer knap geregeld.

Tijdens onze opleiding bij de rijkswacht moest onze conditie een flink pak verbeterd worden. De fysieke training was dus niet om mee te lachen. Gedurende deze uren lichamelijke opvoeding zijn er liters zweet weggespoeld. Alle soorten van sportbeoefening kwamen aan de orde. De vechttechnieken primeerden. Karate, judo en close-combat vormden de hoofdbrok. Het gebeurde vrijwel iedere dag dat er iemand afgevoerd werd met een verstuikte voet of een gebroken vinger. Na enkele maanden waren we dan ook in topvorm. Wij liepen de honderd meter onder de 10 seconden en sprongen 2.30 meter hoog. Tenminste dat verlangde men van ons. Wist je dat elke rijkswachter verplicht is om op het einde van zijn opleiding te kunnen zwemmen? En dit zelfs met geweer, hoge schoenen en kleren aan!

Ik had reeds snel door dat wanneer je uitblonk in een bepaalde sporttak, je enig voordeel had op de anderen. Vermits ik nogal goed was in volleybal, maakte ik van deze gunst veel gebruik. Terwijl de meesten een hele week binnen zaten, speelde ik op alle toernooien in heel België met de rijkswachtploeg. Een eerste vereiste was natuurlijk dat je goede schooluitslagen had en die ontbraken er bij mij niet.

Weet je wat het betekent om soms drie weken binnen te moeten blijven. Geen bier en geen meisjes, ik vraag mij af hoe ik dat ooit heb volgehouden. En dan had je die bekende strafconsignes: één onvoldoende op een bepaald vak was reeds genoeg om te blijven tot zaterdag. Tijdens mijn opleiding werd ik er eens op betrapt met een sigaret rond te lopen bij een verzameling. Een chef had dit bemerkt en er een rapport over gemaakt. Ik werd dus op het matje geroepen bij de pelotonscommandant. Dat zijn de officieren met de gouden knopen en de mayonaise op de kepie. Die verweet mij dat ik geen tucht kende en een slecht voorbeeld was voor mijn medeleerlingen. Gevolg: 1 dag arrest in ‘t weekend. Hij stuurde mij naar buiten, maar riep me dadelijk terug binnen... : Er is nog iets dat ik je moet vertellen zei hij. Dankzij je goede uitslagen en je inzet heeft het de kolonel behaagd je een beloningsstaat te geven. Ik viel op mijn gat van 't verschieten. Ik kreeg een papier ter ondertekening voorgelegd waarop stond: "U bent een voorbeeld voor je collega's. Je vriendschap en je kameraadschap vormen een teken van goede tucht en zin voor discipline." Einde citaat. Ik werd bedacht met een dag uitzonderlijk verlof. De leiding van de rijkswacht vertoont voorwaar eigenaardige kronkels.

We schrijven 1976. Mijn gitaar was mijn beste vriend of liever gezegd, mijn beste vriendin. Zij (mijn gitaar dus) was een onafscheidelijke reisgezel geworden. Ik had een wagen gekocht en begon mijn eerste stappen in de mannenwereld te zetten. Rond 1976 leerde ik het "Heilig Huiske" kennen. Een artiestenkroeg in de Kloosterstraat. Men hoorde mij graag zingen en daar kwam ik in contact met het fenomeen ANTIGOON. Weer zo'n belangrijke stap in mijn leven.

Er kwamen veel muzikanten in die uitspanning. Operazangers, straatzangers, nazaten van Toets Tielemans, goede en mindere. Zo leerde ik de Chris kennen. Een intellectuele uit zijn korte broek gegroeide afgestudeerde student Nederlands. Hij had zijn legerdienst net achter de rug en was die avond aan 't afzwaaien. Na een paar uurtjes begon hij pas echt te zwaaien. Chris speelde eveneens gitaar en zong daarbij Nederlandstalige liedjes met een zware melancholieke ondertoon. Een week daarna verscheen er nog een derde persoon op het toneel: Pat Coessens. Een man met een grof uitzicht maar een hart van goud. Na een paar maal gerepeteerd te hebben besloten wij een groep op te richten, ANTIGOON. Drie jonge mensen die tezamen in het Antwerps zingen, van kroeg tot kroeg trekken en af en toe de klak uitsteken om de onkosten te dekken. Antigoon werd een vaste waarde in de stad. Men vroeg ons om te spelen op braderijen, buurtfeesten, openingen van café‚'s en in studentengezelschappen.

Dat heeft zo'n een jaar of drie geduurd en toen is Pat vertrokken. Maar geen nood, Antwerpen telt genoeg muzikaal talent. Chris en ik vonden al snel de Mon en de Carl. Twee achtenswaardige bureaumensen, werkzaam in de scheepsbranche. Mon Plastron was vroeger leadzanger van de Hobokense groep "Somers en Swinters".(mijn excuses voor de eventuele verkeerde spelling). Carl Cola is van het brave huisvadertype en zoals zijn naam al doet vermoeden een felle tegenstander van bier. Na al die jaren moet ik hem hierin gelijk geven.

Door een grote dosis geluk winnen wij een zangwedstrijd met als eerste prijs een plaatopname. Dit was in Heist-op-den-Berg bij Monopole Records.

In 1981 las ik in de krant dat men in Heist op den Berg een zangwedstrijd organiseerde. Daarnaast was er nog een open wedstrijd voor Antwerps talent, genre Strangers. Ik dacht dadelijk aan onze groep en schreef Antigoon prompt in. Het duurde wel even eer ik de rest van onze groep warm kreeg, want het was niet onze gewoonte om aan zulke wedstrijden deel te nemen. Gust Torfs, tekstschrijver van de Strangers was aanwezig in de jury en Micha Mara had de taak om de kandidaten te begeleiden.

De eerste schiftingsronde verliep voor ons geenszins probleemloos. We wonnen ze weliswaar, maar het publiek verlangde een bisnummer. In plaats dat we aan een zangwedstrijd meededen, waren wij hier een showoptreden aan 't verzorgen. Bij de kwart- en halve finale was het van 't zelfde laken een broek. Dat waren voor ons prettige momenten.

De meeste deelnemers waren vergezeld van hun ouders en de rest van de familie. Pa zei nog rap tegen zijn dochter dat ze moest glimlachen tegen de jury en moeder troostte haar zoon die zijn tekst gedeeltelijk vergeten was. En wij maar lachen, pinten pakken en zwanzen.

Uiteindelijk de langverwachte grote finale. Hele bussen supporters van andere deelnemers zaten in de bomvolle zaal. Ik bedoel de bussen stonden buiten maar de fans drumden rond hun idool. Naar gewoonte ging Antigoon apart zitten met hun respectievelijke vrouwen. Er waren vele Antwerpse zangers en zangeressen die, naarmate de avond vorderde en hun kansen verminderden, hun fans aanmoedigden om voor ons te applaudisseren. Uiteindelijk wonnen we de finale. En naar gewoonte volgden er nog enkele bis-,tris- en kwisnummers. Een betere start konden we ons niet indenken. Een gratis plaatopname in een echte opnamestudio en enkele contracten. De deuren van de show-business gingen voor ons open. Er volgde een videoclip van "Tutterfrut" op de BRT en vele optredens voor de nationale radio en de vele vrije radiozenders  over heel België. Antigoon kreeg vaste voet in de Vlaamse muziekmiddens.

De tijd van zingen met de klak in de hand was nu voorbij. We kregen meer serieuze optredens voorgeschoteld. Zo zijn we eens gaan zingen in de gevangenis van Gent, de Nieuwe Wandeling. Het publiek mocht gratis binnen maar niet buiten. Een zangeres vond er niet beter op dan haar optreden te besluiten met de woorden: ik hoop dat ik U allemaal volgend jaar mag terugzien...(sic)

Ondertussen had ik bij de rijkswacht een betere job gevonden die paste bij de wekelijkse optredens. Namelijk mecanicien.

Met een zestal rijkswachters kregen wij een opleiding van 8 maanden in Doornik (een school van het leger). De commandant van de school vond het een hele eer om rijkswachters in opleiding te hebben. Bij alle mogelijke evenementen moesten wij aanwezig zijn. We hadden wel vele faciliteiten zoals aparte kamers, vrij van appels (uitgesproken:appeils) en 's avonds waren wij vrij om te doen en laten wat we wilden.

Op een vrije zaterdag was er groot feest in de school. Er was een parade voorzien op de Grote Markt in Doornik en een troepenschouwing. De commandant had op de tribune plaatsen voorbehouden voor ons "rijkswachters". Wij moesten daar gaan zitten in ons mooiste uniform, wit hemd en koorden (defilé‚ tenue).

Niemand van ons is er geweest. De volgende maandag moesten wij met zijn allen op rapport komen. Ik moet er wel bijvertellen dat we op voorhand hadden afgesproken met de onderrichters en dat die gingen vertellen dat ze ons gezien hadden. Dus die commandant begint ons uit te maken voor deserteurs en al 't vuil van de straat. En wij maar antwoorden dat we er wel geweest waren maar niet wisten dat we op de tribune moesten zitten en dat we getuigen hadden. We kregen een voorwaardelijke straf, maar die aanvaardden we niet en we gingen direct in beroep. Gevolg: verslag bij de Kolonel. Hij wist hoe de vork in de steel zat maar kon niet goed opschieten met die commandant. En dit was het moment om hem een hak te zetten. De straf werd teniet gedaan en ons werd niets meer ten laste gelegd.

Tijdens de week bleven wij met drie man slapen terwijl de rest elke avond terug naar huis (Antwerpen) reed.

Je gaat dan na het eten naar de bar om een kaartje te leggen, tv te zien of gewoon wat te babbelen. Een oudere rijkswachter, Aimee, woonde te ver en zat gewoonlijk met mij te praten. Op een avond vertelde hij me dat zijn vrouw een relatie had met zijn vriend.

En dag na dag stortte hij zijn hart uit en zag ik hoe hij leed onder die affaire. Hij liet foto's zien van zijn dochtertjes en weende in stilte. Op een avond zei hij dat hij zelfmoord wilde plegen. Hij had thuis een insectenverdelgend goedje staan dat hij hiervoor wilde gebruiken. Als zijn vrouw die relatie niet afbrak, zou hij er een eind aan maken. Uren heb ik met hem gepraat om hem het idiote hiervan te laten inzien. Maar ik denk dat hij zijn keuze al gemaakt had en zich niet zou laten ompraten.

Op een maandag was hij er niet meer. De commandant kwam vertellen dat hij zwaar ziek was en het waarschijnlijk niet meer zou halen. Hij had het dus toch gedaan. Twee weken heeft hij in coma gelegen, zijn maag en darmen waren weggevreten door dat goedje. Op zijn begrafenis zag ik zijn vrouw. Ze weende...

Als ik terugdenk aan die avonden dat we beiden op een barkruk of aan een tafel zaten te discussiëren over de zin van het leven. De momenten van onmacht die ik had omdat ik hem niet kon helpen. De momenten dat de tranen die over zijn wangen rolden de getuigen waren van het verdriet dat hij doorstond.

Had ik meer kunnen doen? Misschien iemand verwittigen dat hij op het punt stond om een stommiteit te doen? De aalmoezenier, een familielid of de commandant? Hij had iemand nodig om zijn hart uit te storten, maar had ik hem echt kunnen helpen? Zijn dood zal ik nooit vergeten. Hem ook niet.

De acht maanden vlogen om en in 1980 na het examen werden we uiteindelijk mecanicien en kreeg ik mijn plaats in de Herstellingssectie van de Territoriale Groep in Antwerpen.

Als mecanicien was het de bedoeling dat je de defecte wagens herstelde, hetgeen meestal wel lukte. Ik gaf ze daarna garantie tot aan de uitgangspoort. Bij het binnenkomen in de garage gaven de chauffeurs hun rittenblad af met daarop de zwaarste mankementen. Hoe ze deze defecten omschreven was een klucht op zichzelf. Hier volgt een beknopte bloemlezing:

* Rechter middenportier sleept tegen de grond

* Slot wordt uitgevijzeld

* Verlichting auto gaat geregeld op en af

* Begeleiderszetel klapt naar achter

* Versnellingsbak is niet meer bevestigd aan voorzijde

* Auto start niet en als hij draait dan schokt hij

* Bumper gaat niet meer

Zo zou ik nog tien vellen papier kunnen volschrijven, maar ja ik mocht niet klagen. Ik werkte van 08.00 tot 17.00 uur. De weekends had ik vrij en er waren practisch geen overuren te kloppen, dus er moesten geen optredens afgezegd worden.

De muziek nam meer en meer vrije tijd in beslag en dat hadden we te danken aan onze eerste plaat.

"Tutterfrut" en "Mijn dorp Wilrijk" werden voor ons een groot succes. Over de verkoopcijfers weet ik niet veel, alleen dat wij dadelijk in de Vlaamse TOP 10 stonden. En dat was voor een beginnende groep met hun eerste plaatje niet slecht gedaan. Bij de zogenaamde vedettenparades amuseerden wij ons het best. Daar waren de meeste sterren van de Vlaamse showwereld aanwezig. Dus Antigoon ook. Die vedetten zaten dan in hun modieuze kleding, met das of strikje, te wachten in hun luie zetel op hun optreden. Zij dronken meestal koffie of thee en enkele gin of nog iets sterker. Zij zaten er heel stil bij, rookten een sigaret en speelden met hun eigen handen. Antigoon daarentegen liep van links naar rechts rond, tapte moppen en haalde de zotste stoten uit. Was het van zenuwachtigheid of omdat we geen podiumvrees kenden? Ik weet het niet. In ieder geval, we stonden goed in de belangstelling.

In 1981, toen we nog met drie waren, hadden we een optreden in een grote afgehuurde tent in Wilrijk, op de speelplaats van de RMS. Tezamen met "Tony Condor" en "Katastroof" speelden we voor een volle tent. Wreed volk was daar aanwezig, zelfs mijn broer met een dertigtal zware supporters op motoren, fans van K'stroof. Die avond was er een verschrikkelijke wind die het tentzeil op en neer deed wapperen. Een enorme klank- en licht installatie was aanwezig om alles in goede banen te leiden. Achter onze rug hadden ze een grote mast geplaatst met dwars daarop een tiental spots in felle kleuren. En dat tentzeil maar flapperen tegen die spots. Tijdens ons optreden begon die mast te wankelen van voor naar achter en stond op het punt in onze nek te vallen. Maar wij zagen dat niet. Wij hoorden het volk wel roepen en tieren, maar wij dachten dat het was omdat ze onze muziek zo mooi vonden. En ja, na nog een hevige rukwind viel dat gevaarte op onze nek. We hadden veel geluk dat er niemand gewond raakte. De Chris, die aan ‘t zingen was, raapte zijn klak op en riep:"Tedju, na gooie ze al met lampen nor onze kop," en hij zong gewoon verder alsof er niets gebeurd was. Men kon niet zeggen dat we niet professioneel ingesteld waren!

 

++++++++++++++++++++++++++++++

 

      Nawoord: Misschien dat ik dit in de toekomst nog verder afwerk

      of uitwerk, maar voorlopig heb ik te weinig tijd om dit dagboek

      onder handen te nemen. Ik hoop dat je genoten hebt.

       

 

omhoog

Start | stamboom | satelliet | Antwerps | Fotocollage | Dagboek | contact | tijdzat.htm

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op donderdag 14 mei 2020